Vanmorgen zijn Frank en ik op zoek geweest naar nimfen. Blijkbaar waren we te vroeg in het jaar, want hoe we ook zochten, er was er geen enkele te zien. Ook geen lege coconnen, dus te laat waren we zeker niet. Mischien dat we een volgende keer meer geluk hebben. Terugwandelend naar de auto waren overal in het bos bosbessen te zien. Nou ja, de bloemetjes dan, de bessen laten nog zo’n anderhalf a twee maanden op zich wachten.

We besloten nog even door te rijden naar het pluizenmeertje. Daar staan wat minder bomen om het vennetje, mischien dat het er daarom warmer zou zijn en er wel nimfen te zien waren. We stapten net uit de auto toen we in de verte een mannetje half zagen rennen. Zo’n loopje van iemand die rent om de trein te halen maar ondertussen er ook van overtuigd is hem niet te gaan halen. Dan weer lopen, en dan toch maar weer een beetje gaan rennen, je weet maar nooit immers. Hij rende naar een paar wandelaars toe om hen de weg te vragen terwijl hij op een papiertje wees.

Tegen de tijd dat wij bij de schaapskooi waren stond het mannetje daar op zijn briefje te turen. “Kunt u het vinden meneer?” vroeg Frank. Het mannetje bleef nog even doormompelen terwijl hij op zijn briefje keek. “Ik doe een speurtocht en ik hou niet van speurtochten. Ik wil eigenlijk gewoon een route beschrijving maar ja, ik doe een speurtocht. Ik moet tussen twee gebouwen door en daarna tussen bomen door. Het is een speurtocht.”

Probeer dan maar eens niet heel hard te lachen. Maar gelukkig kon ik wat zinnigs zeggen in plaats van een stevige giegel. “Tja, we staan hier bij de twee schuren van de schaapskooi. U kunt er gewoon tussen door lopen en de route verder volgen.” Nog even aarzelde hij om vervolgens in hoog tempo verder te lopen.

Even voorbij de schaapskooien stond hij weer in heftige twijfel. Hij moest recht door en daarna rechtsaf en daarna linksaf om dan bij een kiosk uit te komen. Vanaf waar we stonden kon je de kiosk zo ongeveer zien staan. Ook die richting even aangewezen en weer sprinte hij weg. Zou het een tijdloop zijn dat hij zoveel haast had ?

Ook bij het pluizenmeertje was geen nimf te zien. Wel veel bloeiend gras.

En een van de eenden was zo vriendelijk een veertje neer te leggen voor wat druppels.