Gisteren was ik in Ter Apel om daar de kruidentuin van het klooster te fotograferen. Omdat ik wat te vroeg was ben ik eerst een ommetje gaan maken. Jeetje, wat is het daar mooi.

Ik ging een rondwandeling doen van 4,4 km maar na een uur was ik nog geen kilometer gevorderd. En ik heb mij kostelijk vermaakt. Aan het begin van het pad stond een struik met prachtige witte bloemen.

Aan het eind van het pad kwam ik bij een klein riviertje. Langs de wal en in de rivier waren stenen neergelegd waardoor je het water hoorde kabbelen. In het groen langs de oever zat een kleine vuurvlinder geduldig op mij te wachten (nou ja, zo leek het)

Even verderop hing een prachtige spin. Volgens mij was hij net uit bed, hij had zijn pyama nog aan.

De buren hadden zo hun eigen bezigheden. Voyeur als ik ben moest ik natuurlijk even een foto maken.

Meneer Rups zat niet langs de waterkant maar in de bomen daar niet ver vandaan. Hij vroeg of ik wat foto’s van hem wou maken zodat hij ze naar zijn moeder kon sturen.

Mevrouw Spriet had heel wat meer moeite met mijn camera. Daar ze zich nog niet geschoren had wou ze liever niet met haar onderkin op de foto. En zo komt het dat een zeer verlegen mevrouw Spriet om het hoekje van het riet kijkt.

Dit heerschap zag mij niet eens staan. Onverstoorbaar ging hij door met zijn lunch. Ik heb maar niet gevraagd of hij het goed vond dat ik hem op de foto zette. Ik heb het brutaal weg gewoon gedaan.

Verderop langs het pad leek het wel te regenen. Wat vreemd. Terwijl het zonnetje scheen hoorde ik druppels vallen. Wat zou dat toch kunnen zijn ?

Het bleken spuugbeestjes te zijn die massaal een eik hadden betrokken. Geen idee waarom de huisjes allemaal zo drupten. En daar niemand van de spuugbeestjes thuis was, kon ik ook geen uitleg krijgen.