Toen ik de auto parkeerde bij het bos besloot ik nu eens niet langs het zwijnenvennetje langs te gaan (al koste mij dat wel moeite, want wat zouden de libelles vandaag aan het doen zijn ?) maar eens rechtdoor te lopen naar de Render Klippen. Een bosgebied tegen de Dellen aan.

Maar eerst even bij de parkeerplaats wat foto’s maken.

Grappig hoe, door een onderwerp te isoleren, je een foto krijgt waarvan je zou zweren dat die in de herfst is gemaakt.

Langs het pad waar ik nu liep stonden veel jonge eiken. Tenminste, dat dacht ik. Pas toen ik beter keek zag ik dat het allemaal oude stronken waren waar weer nieuwe loten uitkwamen,

Het diep uitgesleten pad werd omzoomd door hoge dichte bomen waardoor er weinig licht op de grond viel. Alleen zo hier en daar piepte er een straaltje zonlicht doorheen wat meteen alles op zijn pad in een spotlicht leek te zetten.

Nog even stond ik in twijfel, toch nog rechts afgaan en naar het vennetje of iets verderop linksaf de gele paaltjes route volgen ? Maar wanneer ik rechts af zou gaan zou ik de zon in de rug hebben, en dan ziet alles er lang zo mooi niet uit dan met wat tegenlicht. Het werd dus de gele paaltjes route, en dat was maar goed ook.

Door de opsteigende damp en het zonlicht zag alles er prachtig uit. Zelfs een stuk dennenbos wat er door zijn dichtheid toch knap somber uit kan zien, kreeg iets mistieks.

Halverwege kwam ik langs een klein heideveld, ineens een zee van licht.

Alhoewel de paaltjes route er niet langs ging ben ik er toch maar even overheen gewandeld, zo’n eind om was het niet. Door mijn gestamp heb ik een kleine kikker aardig aan het schrikken gemaakt. Hij was maar iets groter dan de padjes in mijn tuin. Het velletje was nog zo dun dat het zonlicht er doorheen viel. Zou dit nu een heidekikker zijn ? Zo eentje waarvan het mannetje in het voorjaar prachtig blauw wordt ?

De heide staat trouwens op springen zo te zien. Het zal niet lang meer duren voor die volop in bloei zal staan.


Eenmaal weer terug in het bos kwam ik meteen weer terug in de dampige sfeer. Aan de rand van een kleine open plek was goed te zien waar de damp vandaan kwam.

Nog een keertje op de knieën voor een laatste foto (ik kan het gewoon niet laten om die mosjes te fotograferen) en daarna met een natte broek naar huis.