Vanmorgen was ik weer vroeg wakker. Mooi de kans om een zonsopgang te zien. Deze keer ben ik naar de IJssel bij Hattem gereden. Via een kleine brug en over een hobbelige weg vol gaten Langs het kanaaltje links van mij was een man genummerde bordjes in de grond aan het steken.

Terwijl ik mijn auto om de kuilen in de weg heen stuurde keek hij op. Waarschijnlijk verwachtend dat ik een van de deelnemers aan de viswedstrijd zou zijn.

Zodra ik uit de auto stapte vlogen een paar opgeschrikte gansen weg naar een veilige plek aan de overkant. Een reiger liet een verontwaardigde krijs horen en vloog op uit het riet. Daarmee liet hij nog twee andere reigers schrikken die vervolgens achter hem aanvlogen.

Ik loop even een eindje terug om te kijken of ik achter het riet langs, via de weilanden, een eindje verderop ook even naar de IJssel kan lopen, maar het land is nat en de rietkraag lijkt zich eindeloos ver uit te strekken.

Teruglopend naar de oever van de IJssel dobbert een groep eenden op het water die meteen achter het riet wegduiken wanneer ze mij zien.

Ik besluit een eind verderop te gaan kijken of ik daar mischien wat druppels kan fotograferen.

Maar de lucht trekt ineens dicht en het wordt grijs. Tijd om naar huis te gaan. Die druppels kunnen beter een andere keer.