Langs het heideveld bij de schaapskooi is een dunne strook bos waar elk jaar op een klein stukje bosgrond talloze stinkzwammen groeien. Je ziet ze dan in alle verschillende verscheidingsvormen die de zwam kent. Het begint bij het duivelsei. Het heeft inderdaad de vorm van een ei, de dennennaalden op de bosbodem lijken zelfs een vogelnestje na te bootsen.

In het ei is de vliegenzwam al kant en klaar en is hij gehuld in een gelei-achtig goedje. De zwam kan binnen een paar uur tot zijn volledige lengte uitgroeien.

Wanneer de stinkzwam nog vers is, is de hoed bedekt met een groene slijmerige laag waar de sporen in zitten. Zo’n zwam stinkt verschrikkelijk en is vaak van verre al te ruiken. Zo weten de vliegen hem makkelijk te vinden om zich vervolgens te goed te doen aan het slijm van de zwam.

Wonderlijk genoeg rook deze zwam nauwelijks. Zou hij mischien nog te vers zijn geweest ? Duurt het altijd even voor de geur los komt ? In iedergeval hadden de vliegen het knap moeilijk om deze paddestoel te vinden.

Eenmaal leeggegeten door de vliegen is de paddestoel geheel wit en steekt hij spookachtig af tegen het donkergroene mos op de bosbodem. Gek genoeg stonken de kaalgevreten stinkzwammen nog steeds een uur in de wind.