Margo gaf gisteren al de tip, en in het blad van Natuurmonumenten dat vanmorgen op de deurmat viel stond een item over de Wieden. Nog geen 35 kilometer van Zwolle en een dag waarop niets gepland stond, Marmein kon niet anders dan naar het natuurgebied te gaan.

Het was nog een hele zoektocht. Eerst was ik op zoek gegaan naar de uitkijktoren bij Wanneperveen. Maar met het zoektalent van mij is dat mij niet gelukt (ik moet geloof ik maar eens een tomtom gaan aanschaffen) Het bezoekerscentrum bij Sint Jansklooster ging ook niet van een leien dakje. Voor ik het wist zat ik in Vollenhove. Ik besloot nog 1x een poging te doen, en dit keer kwam ik langs een bord waar het bezoekerscentrum werd aangegeven. Gelukkig maar.

Het bezoekerscentrum was open en een vriendelijke dame stond mij te woord. Het vlonderpad zou een mooie wandeling zijn en in een gebouwtje verderop kon ik braakballen uitpluizen. Een zeer gedreven man was daar bezig met het uitpluizen van braakballen. Ik dacht altijd dat die alleen door uilen werden uitgespuugd maar ook andere vogels als reigers, ooievaars en kraaien doen dat. En elk had zijn eigen vorm en grootte.

Van elke braakbal wordt geregistreerd waar en wanneer hij gevonden is, wat er in zat en van wat voor vogel hij was. Zo kan men aan de inhoud zien in wat voor gebied de vogel jaagt (watermuizen of huismuizen bv) en welke soort prooidieren veel aanwezig zijn.

Maar ik was er voor de Wieden, er moest dus gewandeld worden. De lucht was ondertussen dichtgetrokken, maar het was nog steeds droog. Het vlonderpad is een houten pad dat door het hoge riet is neergelegd.

Hier en daar kom je langs uitkijkpunten waarbij je over het water kunt kijken en een idee krijgt van de uitgestrektheid van de rietvelden.

Bij een ander uitkijkpunt stond een verrekijker. Zonder hem aan te raken keek ik er doorheen en zag een visser in een bootje. Een zwart-wit hondje stond fier over het water uit te kijken vanaf de boeg. Zonder de verrekijker had ik ze niet gezien.

Het pad liep verder over de vlonders. Een medewerker die ik onderweg tegenkwam vertelde dat het riet in December gemaaid zou worden. Het was beste wat je kon krijgen voor rietbedekking. Ergens halverwege de route was een veenhut en veenschuur. In de schuur waren wat platen opgehangen die uitleg gaven over de turfwinning waardoor het gebied was ontstaan. Een van de platen vermeldde dat de romeinen al melding maakten over de turfwinning in ons land.

Terug bij het bezoekerscentrum zag ik een boomstronk die vol zat met judasoor. Prachtig gave schelpen die er fluweelachtig uitzagen.

Het is een prachtig gebied daar, zeker een bezoekje waard. Met mooi weer moet het riet prachtig geel opgloeien (zeker als er ook nog wat donkere wolken tegen af steken) maar ook met dit ruigere weer heeft het een mooie sfeer. Mocht je morgen niets te doen hebben, dan kan ik je zeker aanraden om daar eens heen te gaan. En mocht het toch nog even gaan regenen: er ligt genoeg leesmateriaal in het bezoekerscentrum, je kunt er ook morgen nog braakballen uitpluizen of anders een film over het gebied bekijken.