Vanmorgen was ik eerst op het fietsje richting de zonsopgang gefietst, maar een dikke laag wolken aan de horizon hielden de zon nog even tegen. Ik heb daarop de fiets maar omgeruild voor de auto en ben richting de schaapskooi van Heerde gereden. Daar brak net de zon door toen ik de auto parkeerde.

Toen ik aankwam bij de schaapskooi was het hek nog dicht en moest ik dus de auto aan het begin van het pad neerzetten. Terwijl ik naar de schaapskooi wandelde zag ik ineens deze eenzame boom op de heide staan. Wonderlijk. Ik ben hem vaker gepasseerd maar heb hem nog nooit zo bekeken als vanmorgen. Was hij altijd al zo mooi ?

In het ochtend licht leek de heide eerst donkerpaars, maar toen ik er eenmaal doorheen liep en het licht van de andere kant kwam, zag het er weer heel anders uit.

Tussen de heide zag ik ook deze plant staan. Het heeft wat weg van een vetplant maar het lijkt mij toch een heide soort. Iemand die wel de naam van deze plant weet ?

Rondom het heideveld bevinden zich bossen, en ergens daar tussen de bomen kun je het pluizenmeertje vinden. De eerste keer dat ik er kwam vond ik het maar een vreemde naam. Hier en daar stonden inderdaad veenpluizen, maar rond de plassen op de heide stonden er veel meer.

Maar nu is het winter en zijn de witte pluimen verdwenen. Al wat rest is de weerspiegeling van het bos.

In het meertje zwommen een paar eenden rond. Eigenaardig eigenlijk dat het altijd maar een stuk of 6 zijn. Elk jaar krijgen ze jongen maar het aantal eenden lijkt altijd het zelfde te blijven.

Een van de eenden had een bijzondere manier van wassen, tenminste, in mijn ogen. Waar alle eenden zich wasten en hun verenpak onderhielden met hun snavel, stak deze eend steeds maar weer even haar snavel in het water om vervolgens met de natte snavel haar huid te bewerken. Het leek bijna menselijk zoals ze bezig was.

De tocht ging verder door het bos. Op deze milde winterochtend waren overal om mij heen vogels te horen. Koolmezen, pimpelmezen, vlaamse gaaien en ook het hoge gepiep van het goudhaantje was te horen. Deze laatste vogeltjes kunnen soms zo druk bezig zijn dat ze helemaal niet in de gaten hebben dat je in de buurt bent. Ik ben dan ook bij een paar dennebomen stil blijven wachten in de hoop ze te zien.

En zowaar, het duurde niet lang voor de eerste zich liet zien. Maar o, o, wat zijn ze snel. Het is mij niet gelukt ze scherp op de foto te krijgen.

Niet alleen de goudhaantjes maar ook de koolmezen, pimpelmezen en staartmezen kwamen voorbij. De bleven echter net te ver weg zitten om op de foto te kunnen zetten.

Aan het eind van het pad begon de heide weer. Aan de rand daarvan stond een wonderlijke boom.

De stam van de berk zat vol bulten en was begroeid met zwammen. Verschillende mossen gaven de stam een prachtige lappendeken van verschillende tinten groen en grijs.

Het is echt een boom waar je niet op uitgekeken raakt, daar moet ik zeker nog eens een keertje naar toe. Maar voor nu zat de tijd er op. Wandelend naar de auto passeerde ik de schaapskooi. Vanuit het donker van een openstaande stal stonden deze twee schapen mij aan te kijken.

Wil je alle foto’s bekijken, dan kan dat hier.