Vandaag ben ik eens gaan wandelen in het Fochteloerveen. Een gebied waar ik als kind menig keer doorheen fietste met mijn moeder en broertje als we van Sappemeer naar Ravenswoud fietsten. We waren dan aan het eind van onze tocht, dus veel puf om om mij heen te kijken had ik dan niet. Wat me wel altijd is bijgebleven waren de dode bomen in een meertje waar we dan langs kwamen. Dit keer heb ik ze niet gezien. Tenminste, dat denk ik. Zo in de winter lijkt elke boom dood natuurlijk.

De lucht was helder, de uitgestrekte vlakte geel van het gras met hier en daar een boom. De heidestruiken hadden allemaal wat lichte rijp dat prachtig schitterde in het zonlicht.

Het wandelpad, hard geworden door de vorst, was bezaaid met afgebroken grashalmen. Wonderlijk genoeg hadden alleen deze horizontale grashalmen allemaal lange ijzeluitlopers.

Het was koud maar heerlijk om op de zonovergoten vlakte te lopen. Zo af en toe kon je heel in de verte een auto horen, maar verder was het stil en wit.

Het pad waarop ik liep was iets verhoogd en liep als een soort van dijkje door het landschap. Toen ik een keer van het pad wou afwijken begreep ik waarom: al leek het landschap droog door het gras en de heide, onder mijn voeten kraakte het ijs en hoorde ik water klotsen. Het hele gebied was drassig.

Langs het pad viel mij ineens een rood-achtig kussen op.

Het was prachtig mos, grotendeels bevroren maar in het zonnetje verschenen al rap de druppels.

Doordat het mos tegen de helling aan lag kon ik op een redelijk confortabele manier fotograferen. Ik heb mij dan ook heerlijk uitgeleefd. Maar de wandeling was nog maar net begonnen en ik moest nog een paar kilometer. Tijd om door te gaan dus.

Kijkend over de vlakte zag ik aan de rand een boerderij. Jemig, je zou daar maar wonen zeg. Wat een uitzicht en een prachtige omgeving heb je dan.

Halverwege de wandeling kwam ik een man tegen die nog helemaal vol was van de zonsopgang die hij die ochtend had gezien: ” U bent te laat mevrouw. Het was vanmorgen een prachtige zonsopgang. Bloedrood. Ik heb het nog nooit zo donkerrood gezien.” Hm, en ik had er nog aan zitten denken om met zonsopkomst bij het veen te zijn maar ja, ik had weekend en om dan om half zeven op pad te gaan…. En ach, het was nog steeds mooi nietwaar ?

Overal om mij heen was water te zien. Net als het Dwingelderveld moet het hier in de zomer wel stikken van de libelles.

Daar waar grashalmen in het water stonden was ook weer prachtige rijp te bewonderen. Maar om ze te kunnen fotograferen moest ik op mijn knieen in het water gaan liggen. Met deze kou leek mij dat geen goed idee. Gelukkig zag ik de rijp ook op halmen in een waterplas op het pad. Kon ik ze mooi met droge knieen fotograferen.

Het veen was grotendeels begroeid met gras met hier en daar wat heide. Rondom het uitgestrekte veld bevonden zich bossen. Allemaal tezamen vormden ze mooie lijnen in het landschap.

Bij een andere plas langs het pad lagen stukken ijs waar zich aan de randen mooi kartels hadden afgezet.

Her en der staan in het landschap wat dennen en kleine berken. Langs het pad zag ik ook een struik staan waar op sommige plekken verdikkingen in de takken zaten. Zou het een schimmel zijn ? Of heeft een insect zich hier verschanst ?

Nog een keer val ik op mijn knieen voor wat mos. Dit keer omdat het er zo mooi frisgroen uit ziet. Het blijft mooi vind ik, die wereld in een wereld, en dan ook nog wat druppels op de koop toe.

En dan ben ik alweer bij de parkeerplaats die nu bijna helemaal vol staat met auto’s. Tijd om door te rijden naar Sappemeer.

Alle 39 foto’s van deze wandeling kun je weer bekijken in mijn fotoboek.