Bijna vergeten dat ik woensdag voor het werk aan nog even naar het Engelse Werk was gefietst. Het had gevroren en met het zonnetje dat er al vroeg bij was, moest ik gewoon even gaan kijken.

Overal in het gras lagen de bladeren van de populieren. Veel van deze bladeren zijn grotendeels kaal waarbij alleen de nerven er nog zijn. Maar ook veel zijn bruin en grauw. Behalve als ze door de wind of het gras rechtop gezet zijn en het zonlicht door het blad schijnt. Dan zijn ze ineens goudgeel van kleur.

Het was heerlijk fris die ochtend. Het gras was een beetje wit van de rijp en overgoten met wat hagelsteentjes. De meidoorns liepen al uit en de jonge groene blaadjes leken wel licht te geven.

Bij de IJssel was het gras witter en was de rijp ook duidelijker aanwezig.

Hier en daar waren bevroren druppels te zien. Hoe zou dat toch zo komen ? Had het de avond daarvoor geregend en zijn dit bevroren regendruppels ? Of was het dauw en was het daarna weer kouder geworden ?