Toen ik vanmorgen zag dat het mooi weer was, heb ik snel een mok cappuccino achterover geslagen en ben richting het Sophiaziekenhuis gefietst. Het zonnetje scheen nog toen ik aankwam en na de foto van het ochtendlogje ben ik gaan kijken naar het speenkruid dat overal groeide. De bloemetjes waren nog gesloten, alleen een uitgebloeid bloemetje had de avond er voor niet de moeite meer genomen zijn blaadjes te sluiten.

Toen ik weer op stond en verder liep was de zon alweer achter de wolken verdwenen. Maar ach, dat mag je natuurlijk niet weerhouden van het maken van foto’s.

Op het meeste gras was de rijp al verdwenen door het ochtendzonnetje. Alleen de druppels van gisteren waren nog bevroren.

In het gravel op het fietspad waren hier en daar plakjes mos te zien. En zoals bijna al het mos rond deze tijd had ook hier het mos sporenkapsels.

Het zonnetje kwam toch nog even terug wat de druppels weer heerlijk deed sprankelen.

Met het even terugkeren van de zon kwam ook de wind op zetten. Het werd tijd om naar huis te gaan en een droge broek aan te trekken. Alleen het ingevroren blaadje bewoog niet in de wind.