06:30. De wekker gaat af. Ik geef er een tik tegen aan en draai mij nog even om. Het is tenslotte mijn vrije dag. Xarak is ook wakker geworden en komt tegen mijn schouder aan liggen. Met zijn voorpoot tikt hij zachtjes tegen mijn wang: meneer wil geaaid worden.Nog twee keer tik ik de wekkerradio uit, daarna blijf ik nog even naar de muziek luisteren. Het journaal van zeven uur wordt aangekondigd met een paar piepen. Hoopvol luister ik naar het weerbericht. Ik hoop dan niet op zon maar op regen. Alles is stoffig. vies en droog. Wat regen zou verfrissing brengen. “De noordelijke provincies houden het droog vandaag” hoor ik de man van het journaal zeggen.

Ik draai mij om en kijk naar de boomtoppen buiten: zijn ze nat ? Ik zie wel wolken. Woon ik in die noordelijke provincies ? Of is de onderste rand van Overijssel niet noordelijk genoeg ? Xarak springt van bed. Volgens hem is het de hoogste tijd voor wat eten en ik volg hem maar. Dan kan ik gaan kijken of er wat regen is gevallen.

Maar alles is nog steeds droog en stoffig. Op de auto zijn de druppels die de laatste dagen wel zijn gevallen nog te tellen in het stof.