Gisteren hebben we met de afdeling een uitstapje gemaakt. Waar we heen gingen en wat we gingen doen werd geheim gehouden. Had ik nu toch maar door gevraagd naar wat ons doel was. Nu had ik de camera maar thuis gelaten en alleen mijn mobieltje meegenomen.

Het doel bleek uiteindelijk de klokkengieterij Eijsbouts in Asten te zijn. Ik kan je verzekeren, ik heb mij er flink staan te verbijten. Mooie stromen vloeibaar brons, mannen in zilverkleurige pakken en beschermkappen die het gloeiende brons weerspiegelden. En dan maar klooien met je mobieltje.

Het was prachtig om te zien hoe de klokken gegoten werden. Verder was er veel uitleg over hoe de gietvormen tot stand komen. Her en der in de werkplaats zag je mallen in verschillende stadiums. Deze kleine klokvorm had net een buitenlaag van was gekregen. Van die waslaag wordt later een deel van de mal gemaakt.

Het buitenste gedeelte van een mal van een gigantische klok hing ook in de werkplaats. Deze klok wordt zo groot dat je er makkelijk met tien man in kon staan. Op de foto zie je een keukentrap in de mal staan. Voor wie niet in spiegelschrift kunnen lezen: deze klok komt in Gent te hangen.

Buiten stonden ook tal van grote en kleine klokken. Samen vormden ze de beiaard van Kampen. Leuk om zo in brabant de klokken van 15 km verderop te zien. Zeker voor de collega’s die uit Kampen kwamen. Een deel van deze klokken werden gerestaureerd.

Na de gieterij volgde een zeer uitgebreide lunch. Na een paar wijntjes en lekker eten op een terras hadden de meesten van ons zoiets van: laten we maar richting huis gaan en niet naar het klokkenmuseum zoals het plan was. Toch zijn we maar gegaan, we waren nu toch in de buurt, al was er niet veel tijd meer voor het museum dat om 17:00u sloot.

 De meneer van de rondleidingen vond ook dat 50 minuten veel te weinig was om zijn museum te tonen. Om toch zoveel mogelijk te laten zien ging alles in een razend tempo. De rondleider, die een kruizing bleek te zijn tussen mister Bean en Herman Finkers, duwde ons regelmatig in de juiste positie om ons zo goed mogelijk iets te kunnen laten zien, beelde uit hoe de dikbuikige bischoppen voor het gieten van de klokken hun zegen uitspraken en sloeg her en der op de verschillende type klokken waar het museum vol mee hing. En daarbij sprak hij ook nog razend snel met een zuidelijk accent wat voor ons Noorderlingen zo af en toe knap lastig te verstaan was. Toen we weer naar buitengewerkt waren hadden we allemaal zoiets van: goh, een klokkenmuseum is toch interessanter dan we dachten. Jammer dat we niet meer tijd hadden.

Los van het feit dat ik mijn camera niet bij mij had was het een zeer geslaagde dag.