Gisteren was het echt een libellen-feestje bij het Zwijnenvennetje. Overal kwamen libelles uit hun oude huid gekropen. Elk van hen was op zijn eigen tijdstip begonnen en dus waren ze in verschillende stadiums te bewonderen.

Zo was er natuurlijk de libelle die ik fotografeerde toen hij net ‘geboren’ werd. Die hing een tijdje uit te rusten toen hij halverwege was.

Een andere libelle was al een stukje verder Die hing de vleugels al te drogen.

Na een tijdje was ook de libelle in de larix zo ver dat de vleugels helemaal opgepompt waren.

Door vanuit een andere hoek naar de libelle te kijken, lijkt het ineens een heel ander beestje.

Ik verwonderde mij over de haren die de libelles hebben. Met het tegenlicht vielen die extra op. Die druppel aan de poot viel mij trouwens pas op toen ik de foto op de computer terugzag.

Wanneer de libelle helemaal ‘opgepompt’ is, kan het verharden van de buitenkant beginnen. Tot die tijd is het lijf nog transparant.

Heel langzaam begint er kleur te komen en kun je zien wat voor soort libelle het wordt: een viervlek.

 

 

Terwijl ik daar aan de kant zat te kijken en te fotograferen, vlogen de libelles als razenden over het vennetje. Af en toe parend in de lucht, dan weer steeds met hun achterwerk het wateroppervlak rakend om eitjes te leggen. De vleugels maakten steeds zo’n lawaai dat ik regelmatig dacht dat er een fietser over het schelpenpad een eind verderop reed.

Van libelle naar libelle lopend was het wel uitkijken waar ik mijn voeten zette, want overal groeid hier zonnedauw.

 

En als de viervlek dan helemaal klaar is om de wijde wereld in te trekken, ziet hij er zo uit: