Vanmorgen wilde ik nog even naar het Zwijnenvennetje, voor het weer om zou slaan. Maar tijdens het pakken van mijn spullen besloot ik om toch maar ergens anders heen te gaan. Naar het natuurgebied Takkenbos. Ik ben er 2 jaar geleden eens geweest en zag er toen talloze waterjuffers rondvliegen.

Langs het pad naar de plek waar ik toen die waterjuffers zag, bloeiden allerlei bloemen. De margrieten waren in trek bij verschillende insecten. En net als de bij van vanmorgen, weten ook deze bloemen de beestjes prima te gebruiken.

De rolklavers stonden er weer prachtig bij. Met het zonlicht door de bloemetjes, leken het wel kleine lampionnen.

Langs het pad waarop ik liep waren weilanden. De meeste koeien stonden verderop, een koe stond dichterbij en was iets roods aan het eten. Naast haar zag ik een hoopje wit. Verhip, ze had net gekalfd en stond de nageboorte op te eten. Het kalf zelf leek levenloos op de grond te liggen.

Een eindje verderop stonden mensen te praten. Ik ben daar maar heengelopen om te vragen of er iets gedaan moest worden. Moest het kalf drooggewreven worden ? Of geholpen met opstaan ? Maar de vrouw die ik aansprak vertelde dat een kalf vaak pas na een uur gaat staan. Het was niet koud dus het zou geen probleem moeten zijn. Gerustgesteld liep ik verder.

Via een opstapje kon ik over een afzetting heen stappen. De vorige keer had ik daar nog schotse hooglanders gezien. Stevige koeien met grote horens. Maar nu zag ik ze niet en durfde ik het pad wel af te lopen. Maar even later kneep ik hem toch wel even: er bleek zich eentje achter een boom verstopt te hebben.

Maar gelukkig kon ik er gewoon langs wandelen. Ik was wel weer zo’n scheitert dat ik niet even gestopt ben om een portretje te maken. Van andere beestjes durfde ik dat dan wel weer. Zoals bij deze zweefvlieg.

Eenmaal bij de plek aan het water waar ik eerder zoveel waterjuffers zag, was er nu geen eentje te bekennen. Mischien dat het kwam door de vele libellen die er rondvlogen. Die lusten wel een waterjuffer dacht ik zo. Maar ik was al snel over mijn teleurstelling heen. Er vlogen talloze blauwe vlindertjes. Jammergenoeg wilde er niet eentje zijn vleugels voor de camera tonen. Nou ja, de buitenkant van de vleugels zijn eigenlijk ook best mooi.

En dit stel ging toch even nergens heen.

Toen mijn ogen even afdwaalden van de vlinders zag ik pas hoe ongelooflijk veel zonnedauwplantjes er stonden. De zonnedauw die hier staat lijkt mij groter en ronder van blad dan die bij het Zwijnenvennetje.

Sommige van de plantjes hadden al bloemknoppen die ze op een sierlijke manier omhoog hielden.

En verhip, zag ik toch ook nog een waterjuffer. Deze bleef zelfs nog lang genoeg zitten om een foto te kunnen maken.

De lucht begon te betrekken, het werd tijd om naar huis te gaan. Op de terugweg kwam ik weer bij de koe en het kalf langs. Ik zag nog net dat het kalf even stond voor het ging liggen. Ik hoop maar dat het verder goed zal gaan met het beestje.

Alle foto’s van deze wandeling kun je weer bekijken in hun eigen fotoalbum.