Afgelopen zaterdag liepen Ank en ik dus over de dijk langs de IJssel terug naar de auto. Onder aan de dijk lagen wat schapen te soezen in het zonnetje. We besloten gezamenlijk naar beneden te lopen richting de schapen. Ze zouden vast en zeker opstaan en er vandoor gaan.

Maar toen we dichterbij kwamen gebeurde er heel iets anders dan wij hadden verwacht…..

Een slaperige schapenkop werd omhoog gestoken en in plaats van een bange blik en een zachte mekker hoorden wij ineens “Hee, dames, moeten jullie nou eens kijken ! Er komen twee van die raren aan !”

Een ander schaap keek om en wierp ook een blik op ons. “Meheheheheeee, moet je kijken. Wat een raren zijn dat. En wat hebben ze een rare zwarte neuzen. Neheheheh, dan onze roze snoetjes, die zijn toch veel schattiger ? ” Een paar dames op de achtergrond stonden onbeschaamd te gniffelen bij die woorden.

Een ander schaap die mij wat beschaafder leek begon zich er ook mee te bemoeien. “Dames, dames, waar zijn jullie manieren. Zie je niet dat deze mensachtigen vol bewondering naar ons staan te kijken ? Ze proberen ons zelfs goed te ruiken. Dat zie je zo want ze richten steeds die zwarte neuzen op ons. We hebben geluk dat ze van die rare kleine oren hebben. Met wat geluk hebben ze ons niet horen praten.”

Prompt kwam er een andere dame in beeld. “Ik zal ze eens laten zien wat ze missen” En ze schudde eens flink met haar kop zodat de zachte roze oren parmantig op en neer wiebelden

Al die commotie was de dames aan de andere kant van het weiland niet ontgaan. Nieuwsgierig als schapendames nou eenmaal zijn kwamen ze allemaal een kijkje nemen.

Net als hun buren hadden ook deze schapen geen goed woord over ons te vertellen. Tenminste, dat dacht ik zo. Waarom zou je anders iets bij je vriendin in de oren fluisteren die vervolgens gaat zitten grinniken ?

Ank en ik waren er maar bij gaan zitten. Overdonderd door het ontvangst dat we kregen. Bovendien konden we zo lekker door gaan met fotograferen.

Er viel een schaduw over ons heen. We keken op, recht in het gezicht van een schaap. Peinzend vroeg het beest aan zijn verwanten “Meheheheheee, zouden die twee daar op de grond weten dat ze in iets zitten wat ik nog geen half uur geleden heb laten vallen ?” En alsof hij die woorden kracht wou bij zetten steeg er een vlieg op van ergens vlak bij mij.

“Mmmmm tja, daar had ik mij ook al over zitten verwonderen. Werkelijk waar, zulke joekels van neuzen en ze lijken het niet eens te merken dat het hier is gaan stinken.”

“Wat ? Wat zij je daar ? Hoorde ik dat nou goed ?” Een jong ding kwam ineens naar voren gelopen. De oren gespitst om maar niets te missen van al het gemekker om ons heen.

Zo gingen de dames nog geruime tijd door met commentaar leveren op ons, maar langzamerhand werd het steeds stiller. De nieuwsgierige blikken van het begin werden steeds meer blikken van “Zitten ze daar nou nog ?”

Niet veel later lieten de dames ons zitten waar we (in) zaten en gingen weer hun gangetje.