Het was vanmorgen stil, geen blad bewoog, zelfs de vogels hielden zich rustig. Het ijsvogeltje vloog vlak boven het water zonder zijn schelle roep te laten klinken. De stilte had deze reiger doen indutten denk ik. Ik kon dicht bij hem komen zonder dat hij opvloog.

Achter mij hoorde ik het knisperen van kleine steentjes op het pad. Een wandelaar die de hond uitliet. De reiger schrok, de vrouw keek mij verschrikt aan alsof ze niet gewend was om op dit vroege uur iemand tegen te komen.

Even verderop is een veld dat omzoomd is met populieren. Een rij stammen in verschillende gradaties grijs.

Aan de overkant van het slootje ontwaakte een kleine zwanenfamilie. Ze zochten het water op, een van de ouders kwam nog even kijken om te zien of ik kwaad in de zin had.

En dan, eindelijk, zie ik druppels. Langs het water aan de westkant van de bomen, heeft het spinnenrag toch druppels weten te vangen.

Zelfs tussen de uitgebloeide schermbloemen zag ik druppels, ze toverden de kale takjes om in kleine kroonluchters.