[exif=”wp-content/photos/23mei09.jpg”]

Gistermorgen was het prachtig weer en ook nog eens windstil. En omdat het ook nog eens tijd werd voor de libellen en waterjuffers om uit te gaan vliegen leek een uitstapje naar het Zwijnenvennetje mij een goed idee. Het foto-uitje kwam wat traag op gang, maar werd er uiteindelijk eentje van vele ontmoetingen. Maar daar over meer.

Onderweg van de auto naar het vennetje bleek de zon moeite te hebben om de bosbodem te bereiken. De beuken zaten alweer zo dicht in het blad dat slechts hier en daar de grond werd verlicht. Al die vlekken met licht deden denken aan kleine podiums met elk hun eigen spotlichtjes. Op sommige daarvan gaven graspollen een heel eigen optreden.


[exif=”wp-content/photos/23mei09_1.jpg”]

Eenmaal bij het Zwijnenvennetje speurde ik meteen langs de waterkant, op zoek naar libellen die uit hun oude huid kropen, maar de grassprieten, heidestruikjes en het biesgras waren akelig leeg. Ik begon wat verder rond te lopen. Wie weet, vond ik wel sprinkhanen of spinnen. Maar niets van dat al. Tenminste, niet zo op het eerste oog.

Na even rustig gezeten te hebben ontmoette ik een kleine blauwe waterjuffer. Nog maar net uit haar oude huid en op kleur denk ik want het vliegen ging haar nog niet zo goed af. Toen ze voor mij weg probeerde te vliegen botste ze tegen een dode grasstengel aan waar ze zich vervolgens aan vast hield.


[exif=”wp-content/photos/blauwe_juffer_1.jpg”]

Nogal wiebelig klom ze bij de stengel omhoog om daarna, vanaf het hoogste punt, een geslaagde vlucht te kunnen maken.


[exif=”wp-content/photos/blauwe_juffer_2.jpg”]

Even later zag ik een libel. Geen idee welk soort het was, in iedergeval niet een van de bangere. Hij bleef gelukkig lang genoeg zitten om een foto te kunnen maken.


[exif=”wp-content/photos/bos23mei09_2.jpg”]

Nog steeds zag ik geen libellen of waterjuffers die net uit het water gekropen waren. Vreemd, het was zonnig, lekker warm, en windstil. Ideaal om hun tere vleugels snel te laten drogen leek mij zo. Wel zag ik een 5 tal platbuiken (een soort libel) over het water scheren. In vliegende vaart vlogen ze van links naar rechts en van achter naar voren. Je zou haast denken dat ze de aankomende zomer aan het vieren waren.

Jammergenoeg vlogen ze veel te snel, en als ze wel even stil in de lucht hingen bleken ze dat net zo lang te doen als ik nodig had om de camera voor mijn oog te zetten en scherp te stellen. Ik zou zweren dat ik ze hoorde gniffelen wanneer ze weer weg schoten.

Dan maar gewoon genieten van het schouwspel, en dus ging ik even zitten in het hoge gras langs het water. Even later kreeg ik nog gezelschap ook. Een bij kwam mijn spijkerbroek bewonderen.


[exif=”wp-content/photos/bos23mei09_3.jpg”]