[exif=”wp-content/photos/netbook.jpg”]

Marmein is de laatste tijd flink aan het wikken en wegen geweest. Over een paar maanden ga ik op vakantie. Na jaren zonder vakantie gaat het dit jaar dan eindelijk weer gebeuren: een rondreis door een ver land. Dit keer naar Costa Rica. Naar ik heb begrepen een land waar je als natuurfotograaf echt een keer geweest moet zijn.

Maar ja, als ik op een druppel-ochtend makkelijk 250 foto’s weet te maken, hoe ga ik dat straks dan doen met de foto-opslag? Ik heb de volgende mogelijkheden overwogen:

  • Meerdere grote geheugenkaarten meenemen
  • Een imagetank
  • Een minilaptop
  • Op een geheugenkaart van 4Gb kan ik ongeveer 400 kwijt. Wanneer ik gemiddeld 200 foto’s per dag maak heb ik dan 23 x 2Gb nodig, 46Gb dus. Een kaartje van 8Gb kost ongeveer 30 euro (CompactFlash), dus dat wordt al gauw 180 euro. Een groot nadeel is dat in een eventuele volgende camera geen CF-kaarten meer gebruikt worden. Ik zit dan met veel grote kaarten waar ik niets meer mee kan. Daarnaast kan ik tussentijds mijn foto’s ook niet opschonen waardoor ik na de vakantie erg veel werk zal hebben. En wat als ik nu meer ga fotograferen dan gemiddeld 200 foto’s per dag? Veel ruimte voor extra foto’s is er zo niet. Een voordeel van losse kaartjes is wel dat ik niet alle foto’s op 1 opslagmedium heb staan. Dus bij diefstal of defect ben ik niet alles kwijt.

    Een imagetank met 160Gb kost 329 euro. Je hebt dan wel een luxe model, de Vosonic VP8870. Een imagetank heeft een groot kleurendisplay waarop je de foto’s kunt bekijken en dus kunt opschonen. Je kunt er ook video’s mee bekijken of muziek mee afspelen, maar dat is niet iets wat ik gebruik op vakantie. Dus voor mij is een imagetank alleen een ding waar je foto’s op kunt zetten. Groot voordeel van zo’n apparaat voor de reiziger is dat hij klein en licht is.

    En dan is er nog de minilaptop of ook wel netbook geheten. 16oGb opslag capaciteit en 299 euro. Je hebt dan de mogelijkheid om foto’s te bekijken en op te schonen. En misschien zelfs foto’s bewerken, afhankelijk van hoe groot het schermpje is. Een netbook is een complete laptop maar dan een stuk kleiner en 1 kilo zwaar. En dat is dan ook meteen het probleem. Voor een reiziger die gewend is met hooguit 12 kilo te reizen, is 1 kilo een heel gewicht.

    Je begrijpt, het werd een hele puzzel om een juiste beslissing te nemen. Het is dus een netbook geworden, de acer 250D. Ik ben echt verbaasd over hoe duidelijk ik alles op het scherm kan zien. Photoshop werkt er ook op (met wat truucjes want het beeldscherm is voor sommige handelingen niet groot genoeg) dus kan ik onderweg wat foto’s voor mijn weblog klaarmaken. En mocht er een beschikbaar netwerk in de buurt zijn: ik kan ook draadloos internetten.

    Tijdens mijn reizen hou ik altijd een reisverslag bij. Dat kan meteen in works zodat ik het later niet hoef over te typen. En vanmorgen bedacht ik mij dat ik er misschien ook wel wate-books op kan zetten. Dat kan weer een paar boeken in mijn bagage schelen en heb ik het extra gewicht ook weer uitgespaard.

    Om te testen of een foto bewerken en een logje schrijven ook op het kleine ding kan heb ik dit logje geschreven vanuit een luie stoel in de tuin. Het gaat dus prima.