[exif=”wp-content/photos/24okt09_15.jpg”]

Gisteren verwonderde ik mij over het tere groene rupsje dat ik in het bos vond. Ik had er een paar foto’s van gemaakt en keek daarna om mij heen of er nog iets te fotograferen was. Een dikke vlieg met mooie druppels op zijn rug, jammergenoeg zaten er aan alle kanten grassprieten om hem heen dus dat werd niets.

Toen ik weer even een blik op het rupsje wierp leek het mij toe dat het ineens veel feller groen was. Eigenaardig, een deel van zijn lijfje was inderdaad veel feller groen dan de rest. Pas toen ik er met mijn neus boven op ging zitten zag ik wat er aan de hand was: het rupsje was aan het vervellen. Zoiets had ik bij een rups nog nooit gezien.

Pas op de computer zag ik dat ik een foto had gemaakt net toen de huid op zijn achterhoofd  openbrak.


[exif=”wp-content/photos/IMG_0193_copy.jpg”]

Toen ik weer naar de rups keek en het mij opgevallen was dat hij veel lichter groen was, had het beestje zich al bijna voor de helft uit zijn oude jas geworsteld.


[exif=”wp-content/photos/IMG_0221_copy.jpg”]

Net als bij de libellen hingen hier ook witte slierten aan de oude huid.  Het leek wel of de rups deze aan het doorbijten was.


[exif=”wp-content/photos/IMG_0213_copy.jpg”]

Het beestje worstelde met langzame bewegingen door. Ik vond het maar vreemd dat hij niet het takje pakte om zich zo al wegkruipend los te kunnen maken van zijn ouden huid.


[exif=”wp-content/photos/IMG_0244_copy.jpg”]

Zo kort na het vervellen was de huid rimpelig als het vlees van een sinaasappel. Niet veel later viel hij op de grond en was hij veilig voor vogels.


[exif=”wp-content/photos/IMG_0271_copy.jpg”]