Onderweg naar Caño Negro maakten we een kleine tussenstop. Vanaf een brug waren talloze leguanen te zien die in de bomen naast de brug aan het zonnen waren. Ze leven daar van het fruitafval dat de lokale winkels en restaurantjes onder de bomen neergooien.

Met onze benen zo stijf mogelijk tegen de leuning van de rug gedrukt om te voorkomen dat een auto of vrachtwagen ons raakte, stonden we allemaal verbaast te kijken naar die prehistorische dieren. De een nog knapper dan de ander.

Alle mannetjes deden hun best om zo veel mogelijk indruk te maken op de vrouwtjes die maar bruin en onopvallend leken naast de oranje mannetjes.

Het pronkstuk van de mannetjes was blijkbaar de grote flap onder hun kin. Met regelmaat lieten ze die goed uithangen zodat iedereen kon zien hoe groot, mooi en kleurrijk die wel was.

Anderen zaten gewoon even rustig te zonnen, zo konden we goed zien hoe ingewikkeld de huid van zo’n leguaan eigenlijk is met al zijn schubben en stekels.