Hij zit er bijna altijd, ergens op de schutting rondom mijn tuin. Meestal bij het keukenraam, naast de sering. En hij is niet bang voor mij, met zijn prachtige oranje omrande ogen kijkt hij mij dan schrander aan. Zelfs wanneer ik iets in de grijze container gooi die op nog geen anderhalve meter van hem afstaat blijft hij zitten.