Ik weet het, ik moet ze niet aanmoedigen. Maar ze zijn zo grappig zoals ze van het begin van de straat aan komen waggelen om vervolgens naar mijn achtertuin te gaan. Daar zitten ze dan rustig te wachten tot ik naar buiten kom. Dan beginnen ze, tot grote schrik van Xarak, te kwaken en naar mij toe te komen. Vooral het mannetje kent geen angst. Die gaat niet aan de kant en dus moet ik regelmatig om hem heen lopen.  Ze mogen wat mij betreft lekker mee snoepen van het vogelzaad.