Het is alweer ruim  een week geleden dat ik ben wezen wandelen in het Boetelerveld. Bij aankomst bleek er door de weeks flink gewerkt te worden in het gebied. Een bord bij de ingang liet bezoekers weten dat men bezig was met het uitdunnen van het gebied. En om die bomen weg te halen werden stevige machines gebruikt. Het pad was door die zware banden en de regen nog nauwelijks begaanbaar. En dan te bedenken dat ik er nog even aan gedacht had om met gewone schoenen aan op pad te gaan.

Na de eerste blubber overwonnen te hebben kon ik even verder op prima lopen. Hier liep het pad langs de heide, tenminste er stond wat heide tussen het gras. En tussen al dat gras en heide klonk het typische geluid van sprinkhanen. Er eentje vinden was niet moeilijk, ik hoefde maar met mijn hand boven de heide te zwaaien en ze sprongen op. Het was dan alleen nog maar een kwestie van opletten waar er eentje neer komt. En dan natuurlijk heel goed naar dat punt blijven kijken want even de andere kant op kijken en ik zag de sprinkhaan niet meer.

Het waren geen grote sprinkhanen, maar ze waren wel compleet, van hun antennes tot aan hun mooie poten toe.

Even verderop boog het pad naar rechts en was het weer een modderboel. Dan maar rechtdoor. De vorige keer dat ik hier liep was dit pad afgesloten met takken, nu waren ze weggehaald. Een duidelijke uitnodiging toch? Net zoals het pad zelf.

Langs het pad werd de bosbodem al weer omhoog gedrukt door paddestoelen. Ik blijf dat altijd een mooi gezicht vinden, hoe de dikke laag bladeren van het afgelopen jaar door de paddestoelen weggeduwd worden.

Langs het pad waren aan de linkerkant mooie doorkijkjes naar het bos er achter.

Aan de rechterkant van het pad lag een open grasland wat weer een mooi zicht gaf op de wolkenlucht.

Niet alleen langs het pad waren paddenstoelen te bewonderen, ook midden op het pad waren ze te vinden, al was het maar een kleintje.

Maar dat kleintje zou wel eens heel groot kunnen worden, het had in ieder geval een goede voedingsbodem.

Een eindje verderop zag ik een berkenboom staan. Ooit was het een trio, maar de berken aan weerszijden waren ooit omgevallen. Onder een van hen hadden mieren een nest gebouwd

Vanonder de wortels van de gevallen boom liepen ze bedrijvig bij de nog staande boom naar boven. Een mooie kans voor mij om te proberen een foto van die beweeglijke beestjes te maken.

Ineens kwam er voor mij, op ooghoogte een libel zitten. Tussen zijn vleugels door kon ik zien dat hij een mier smakelijk aan het oppeuzelen was.  Ik heb het geprobeerd op de foto te zetten, maar hij had zijn vleugels zo beschermend om zich heen gevouwen dat dat knap lastig was.

Het was wonderlijk om te zien hoe die libel daar zat te smikkelen terwijl de soortgenoten van het slachtoffer er gewoon langs bleven drentelen, druk bezig te zijn met wat mieren ook mogen  doen.

Niet alleen deze libel was op de voedselbron afgekomen, er zaten heel wat libellen. En zoals libellen dat doen, het liefst op een uitkijkpuntje.

Misschien dat ze ook wat lui waren geworden door het vele eten, want deze libel kon ik wel heel dicht benaderen, en zoals een goed fotomodel dat hoort te doen, lachte deze vriendelijk naar de fotograaf.

Aan het einde van het pad kon ik kiezen: of dwars door een grote kudde hooglanders lopen, of links af een stukje door het veld en via een ander pad weer terug naar het beginpunt. Omdat hooglanders toch wel hele grote beesten zijn koos ik voor het laatste. Ook nu weer liep het pad langs heide en gras. Een klein blauw vlindertje trok mijn aandacht. Het ging op een heideplantje zitten en zat even stil zodat ik een foto kon maken. Maar toen ik mijn camera in positie had gebracht liet het beestje zich vallen tussen het gras en de heide.

Even later kwam het weer omhoog gekropen en kon ik een foto maken.

Maar toen ze haar vleugels opende bleek het niet dezelfde vlinder te zijn die ik eerder had gezien, deze had bruine vleugels, het vrouwtje van de heidevlinder.

Verder wandelend zag ik overal libellen. Prachtige grote blauwen, weer anderen met grote vlekken op hun vleugels, of weer anderen die helemaal rood waren. Telkens weer gingen ze voor mij op het pad zitten, en telkens weer vlogen ze weer op zodra ik in de buurt kwam. Alleen deze rode bleef lang genoeg zitten om er snel een foto van te maken.

Ik moet hier zeker nog eens naar terug gaan wanneer de ochtenden vochtig en koud zijn zodat de libellen niet weg kunnen vliegen. En weer zag ik wat blauws tussen de heide, dit keer een prachtig bloemetje,

Tegen het einde van de wandeling ben ik nog even bij een van de vennetjes gestopt. Bij mijn nadering hoorde ik de talloze plonzen en groene kikkers die het bruine water in sprongen. Zo zonder kroos op het water hadden ze niet veel aan hun groene schutkleur.

Het was weer een heerlijke wandeling die ik zeker eens over moet doen, zoals gezegd, op een koude ochtend vol dauw.