Gistermorgen ben ik even een wandeling wezen maken, hopend op wat nevel en zonnestralen in het bos. Maar helaas, geen van beiden waren daar. Omdat ik er toch was ben ik alsnog een wandeling gaan maken, eens kijken hoe het met de paddenstoelen was. Die waren overal te zien, zoals je in dit seizoen mocht verwachten. Na even gelopen te hebben dacht ik er over om terug te gaan, de omstandigheden waren anders dan ik dacht en ik had nogal wat dingen te doen thuis, ik besloot met een kleine omweg terug naar de auto te lopen.

Halverwege de terugweg viel mijn oog op wat paddenstoelen die op een door everzwijnen omwoelt stukje grond stonden. Ik kende de naam, aardster, en had er al jaren naar uit gekeken maar nog nooit eentje gezien. En daar lagen ze ineens, een stuk of 8 bij elkaar. Wat een wonderlijke paddenstoelen toch.

De buitenste schil was helemaal naar buiten om gekruld en de bolletjes in het midden stonde vol spanning te wachten op een eerste aanraking. Een waterdruppel zou er voor zorgen dat er een wolkje sporen uit het bolletje geblazen zou worden.

Natuurlijk waren er geen regendruppels en dus heb ik een handje geholpen door met een klein stokje er tegenaan te tikken.

Een andere aardster was nog lang niet zo ver, de schil ging nog maar net open en het bolletje met sporen was nog helemaal gerimpeld.

Nog weer anderen waren nog jonger en zouden mij helemaal niet zijn opgevallen als de oudere exemplaren er niet hadden gestaan.

Heel bijzonder dat ik deze soort paddenstoelen nu eindelijk eens heb gevonden. Nu alleen de naam nog. Ik denk de gewimperde aardster maar twijfel nog sterk vanwege de manier waarop de kraag opgedeeld is. Nou ja, het is in ieder geval een aardster.