Wanneer ik mij voorover buig om Xarak wat brokjes te geven kijk ik even naar buiten. In de sering in de achtertuin zijn een tiental donkere silhouetten. Heel even denk ik dat het wat blaadjes zijn die stand houden in de harde wind, maar dan besef ik dat ze daar te groot voor zijn. Het is een groep mussen, geduldig wachtend op het strooizaad dat ik elke ochtend op de voedertafel leg. Ik trotseer de wind, gooi het regenwater uit de schaal om daar vervolgens het zaad in te doen. De schaal zal binnen een uur weer helemaal leeg zijn.