Het vroor nog stevig, zo’n 6 graden, toen ik gisterochtend vertrok naar het Boetelerveld. In de stad was het een beetje mistig, en met de sneeuw die er nog lag leek mij dat een mooi foto-onderwerp. Eenmaal buiten de stad waren de bomen prachtig wit door de aanvriezende mist. Wat heerlijk om deze dagen vrij te zijn en op pad te kunnen gaan wanneer het je uit komt.

Onderweg bleek de mist dichter te zijn dan in Zwolle, het werd er daardoor in mijn ogen alleen maar mooier op. De mist maakte het wel wat lastiger om de ingang van het Boetelerveld te vinden. Het natuurgebied wordt niet aangegeven, je moet ergens een zandpad op, maar ja, waar was dat ook maar weer? Bij goed zicht zoek ik altijd een boerderij op die tegen een klein bosje ligt, maar de mist zorgde ervoor dat ik niet verder dan een meter of 50 voor mij uit kon kijken.

Ik ben uiteindelijk op gevoel links af gegaan, een zandpad op. Aan het begin stonden twee bordjes met nr 19 er op, die waren mij nooit eerder opgevallen. Zou ik wel goed zitten? En hoe kreeg ik het trouwens in mijn kop om met die aangevroren sneeuw een zandweg die meer weg had van een ijsbaan op te rijden? De greppels aan weerskanten van de weg beloofden grote problemen als ik ook maar 1 kleine fout zou maken. Maar stapvoets rijdend bereikte ik dan eindelijk het einde van het pad en bleek ik goed te zitten. Er kon gewandeld worden.

De wandeling begon in een berkenbosje. Prachtige bomen vind ik dat, nu het hele bosje er uit bestond en het omgeven was door mist gaf dat een heel aparte sfeer.

Ook hier hadden de bomen een prachtige witte waas van de mist en de vorst gekregen.

De mist boven de sneeuw zorgde er voor dat de horizon niet of nauwelijks te zien was. De bevroren sneeuw onder mijn voeten maakte bij elke stap die ik nam een knarsend geluid. Alsof ik op ijs liep waar bij elke stap nieuwe scheuren in ontstonden. Oorverdovend bijna.

Het Boetelerveld bestaat uit heideveldjes met daar omheen kleine stukken bos wat een wandeling afwisselend maakt. Normaal gesproken lopen er ook  schotse hooglanders rond, maar hoe ik ook zocht, ik heb ze niet gezien, ze zullen voor de winter wel naar een beschut onderkomen zijn gebracht.

Langs het pad naast het eerste heideveld staat een rij bomen in het gelid.

Als in een soort van omarming strekken de takken zich over het pad uit.

Wanneer ik dicht langs de bosrand loop krijgt de witte wereld ineens een beetje kleur.

Het gras onder de bomen, iets waar ik mij zo over verbaasde toen ik dit natuurgebied voor de eerste keer bezocht, is nu nog steeds te zien en zorgt ook nu weer voor een zachte waas rondom de boomstammen.

Het pad langs het bos strekt zich wit en lang voor mij uit. Het is er stil, op wat verre, zware knallen van carbid na dan. Tijdens de hele wandeling kwam ik niemand tegen.

Het tweede heideveld is bezaaid met kleine plasjes, al zijn deze, nu ze onder ijs en sneeuw verborgen zijn, bijna niet meer te zien.

Voor de vermoeiden onder ons, of voor hen die even willen genieten van de omgeving, staan er en daar eenvoudige bankjes.

De laatste helft van de wandeling voert door een stukje bos. Ineens valt mijn oog op een enorme berk. Door zijn omvang en kleur lijkt het net alsof het een namaak boom is, gemaakt van karton en voor de grap langs het pad is gezet. Nee, het lijkt zelfs wel of hij er in gephotoshopt is, eigenaardig.

Uiteindelijk kom ik weer bij het eerste heideveld uit en meteen bevind ik mij weer in een witte wereld.

Vooral de kale boompjes vallen mij op, ze lijken zo fragiel in deze koude witte wereld.

Terwijl ik bij een van de bomen stil sta om een foto te maken wordt ik opgeschrikt door een haas. Vanuit zijn schuilplek had hij rustig zitten wachten tot ik voorbij was gelopen, maar nu ik een tijdje stil bleef staan was de spanning hem te veel geworden geloof  ik. In deze stille wereld leken zijn sprongen een hels kabaal te maken.