Ik loop vreselijk achter met logjes van mijn fotowandelingen. Vanmorgen gebruik ik maar even een ochtendlogje om de foto’s van een van die fotowandelingen te tonen. Eentje waarin ik een leuke ontdekking deed.

De wandeling was op 21 januari, een nevelige ochtend waarbij het ’s nachts licht gevroren had. Ik hoopte dat de zon door zou breken zodat ik mooie zonneharpen kon fotograferen, maar helaas, het bleef grijs. Maar juist door dat grijzige licht vielen die ochtend de graspollen tussen de bruine heide mij op.

Op de een of andere manier leken ze elk beetje licht dat er was deze ochtend te vangen waardoor ze scherp afstaken tegen de achtergrond.

Misschien dat het lichte laagje rijp er ook een steentje in bij droeg. Her en der waren ook andere kleuren te vinden, onwaarschijnlijk groen op deze ochtend.

In de verte zag ik de herder met zijn schaapskudde lopen. Dat leek mij wel leuk voor op een foto en dus liep ik er achter aan. Maar in het heuvelachtige landschap verdween de kudde al snel uit zicht. Ik liep naar de heuvel waar ik ze achter had zien verdwijnen maar eenmaal daar was er niets meer te zien.

Het geluid van een bel dat een van de schapen om had deed mij naar links kijken en weer zag ik de schapen achter een heuvel verdwijnen. Ik er weer achter aan maar je raad het al, ook bij die heuvel aangekomen bleken de schapen nergens meer te bekennen. Belachelijk, zo groot was de heide hier toch niet? En hoe snel kan zo’n kudde schapen nu lopen?

Weer klonk het geluid van een bel, dit keer kwam het tussen de bomen vandaan. Een schaapskudde tussen de bomen, nog leuker dacht ik, en dus liep ik het bos in. Daar stonden de schapen vredig te grazen in een omheinde weide in het bos. Alsof ze er al dagen stonden, zou het een heel andere kudde zijn?

Ik keek om mij heen om te bepalen hoe ik verder zou lopen. Dit stukje bosrand was onbekend voor mij, meestal zwerf ik over de heide en ga af en toe het bos bij het pluizenmeertje in. Maar dit bos bevond zich pal aan de andere kant van de heide. Ik liep het pad waarop ik liep verder af .

Even verderop splitste het pad zich, precies in de vork begon een watertje. Ik had er wel vaker over gelezen maar kon nooit ontdekken waar die beekjes zich nu bevonden. Het bleef een van die dingen die ik nog eens uit moest zoeken. En nu liep ik er zo maar tegenaan! Nu loop ik toch al heel wat jaartjes hier rond en net in dit ene hoekje waar ik nooit kom vind ik zo iets moois.

De sprengen werden ooit gegraven om watermolens aan te kunnen drijven. Nu het winter is liggen ze er kaal bij maar zijn ze daarom juist goed te zien. Ik ben benieuwd hoe ze er straks in de lente en zomer uit zullen zien. Zouden er veel libellen rondvliegen? Is er dan een ijsvogel te zien? Dit jaar ga ik dat gebied in ieder geval goed verkennen.

Het begon zachtjes te regenen, tijd om richting de auto te lopen. Nog even door een beukenbos waar het dode blad voor kleurige accenten zorgde.