Het is al weer een week geleden dat het ’s nachts gevroren had en er een lichte nevel over het land lag. Ik ben toen even naar de Vreugderijkerwaard gefietst. Onderweg natuurlijk af en toe even afstappend om een foto te maken. Zoals bijvoorbeeld van de bomenrij met wat grondmist.

Of van een rietpluim die  tussen de knotwilgen stond.

Of van de witte wereld, wit van de mist en het rijp op het gras.

Boven op de dijk aangekomen lag er een wijde waterwereld voor mij met in de verte het torentje van Zalk.

Heerlijk, die frisheid om het gezicht, de nevelige wereld om mij heen en overal het geluid van vogels.

Overal langs de oevers van de zandbanken stonden vogels, sommigen waren gewoon wat aan het dutten, anderen waren druk bezig met hun ochtendtoilet.

Weer anderen waren wat aan het rondvliegen, ochtendgymnastiek misschien?

Ik liep richting de dam om eens even bij de struiken te kijken, eens zien hoe de rijp op de knoppen zou zitten.

Eenmaal bij de struiken aangekomen besloot ik om daar even op de stenen bij het water te gaan zitten. Met een beetje mazzel zouden de vogels mij niet meteen zien zitten.

De vogels vlogen af en aan, altijd leuk om te proberen een vogel in vlucht te fotograferen. Zoals bijvoorbeeld dit groepje vogels, grappig dat eentje een oranje snavel heeft.

Twee bergeenden kwamen recht op mij afgevlogen, ook die maar even vastgelegd.

Zo af en toe had ik het geluk dat een vogel laag over het water vloog, met dit rustige weer weerspiegelde .

Verderop in het water was een zandbank waar een groepje meeuwen stond.

Toen die meeuwen weer vertrokken waren kwamen de scholeksters.

Vanuit de verte kwamen twee zwanen aangezwommen, ook zij bleven bij de zandbank hangen. Even twee meeuwen inspecteren denk ik, zich lekker verkneukelend over hoe klein die vogels toch zijn.

Vlak voor mij kwam ineens een fuut boven het water uit. Verschrikt keek hij mij aan, niet zeker van mijn bedoelingen zwom hij weer langzaam weg.

Een meerkoet kwam ook nog langs vliegen, steeds lager en lager tot hij uiteindelijk in het water lande.

In het zand aan mijn voeten lagen talloze lege schelpen, als ik niet beter wist zou ik denken dat ik aan een strand zat.

De zon had ondertussen de nevel en de rijp verdreven, daarvoor in de plaats waren druppels teruggekomen. Op de wilgenkatjes

en ook op de veertjes lagen kleine pareltjes.

Het was weer een heerlijk begin van de dag, zo zittend aan de waterkant en de vogelwereld aan mij voorbij te laten gaan. Ik moet dat toch eens vaker doen.