Het is al weer een week of twee geleden dat ik aan de wandel ben geweest in de bossen bij Ruinen. Het eerste wat ik toen op mijn wandeling tegen kwam was een vreemde toren, zomaar in het bos. Waarschijnlijk een uitkijktoren maar helaas op slot zodat ik niet over de bossen uit kon kijken.

Hier en daar op het bospad lagen kleine stukjes tak met bladeren er aan. Het blad was nog mooi fris en groen, zo heel lang lagen ze er dus nog niet.

Het eerste pad dat ik had gekozen eindigde bij een klein vennetje.

Door het windstille weer werd de lucht prachtig weerspiegeld in het gladde wateroppervlak.

Het meertje was omzoomd met een kraag van riet, met daar weer omheen een kraag van zonnedauw.

Hier en daar in het riet was het wit van het veenpluis te zien. Eigenaardige plantjes die helaas veel te weinig te zien is.

Vlak voor de rietkraag was een rand van zonnedauw te zien.  Normaal gesproken zijn ze al vrij klein, maar deze waren wel heel klein. Maar ook al waren het miniplantjes, ze waren helemaal compleet.

Boven het riet waren talloze libellen en waterjuffers te zien. Het was maar zelden dat ik er eentje stil op een stengel zag zitten. En dan nog lang genoeg om er een foto van te kunnen maken.

Zo af en toe zag ik ook wat blauws voorbij fladderen. Net als de libellen waren ook de vlinders onrustig en was het vaak proberen voor er eentje het toeliet om een foto van haar te laten maken.

Toen ik uiteindelijk het bos weer in liep zag ik hier en daar paddenstoelen. Nu zou je kunnen zeggen dat de herfst vroeg is dit jaar, maar paddenstoelen komen het hele jaar door voor. Voor mij zijn de meest opvallende paddenstoelen altijd de stinkzwammen. Eerst door zijn geur, niet echt lekker maar tegelijkertijd hoort die geur in het bos. Zodra ik de geur reuk kijk ik goed om mij heen en bijna altijd is dan direct de opvallende witte vorm.

Mijn wandeling ging verder, langs een grote paddenstoel die door zwammen werd overwoekerd. Als een soort gordijn hingen ze over de hoed heen.

En dan waren er nog hele kleine paddenstoeltjes, gezellig bij elkaar op een klein takje.

Het laatste stukje van de wandeling liep ik om een omheind heideveld heen. Tussen de heidestruiken stak zo af en toe een schapenkop naar voren.