In het begin van de twintigste eeuw was er een man die dacht de slag van zijn leven te kunnen maken. Hij had een berg van marmer ontdekt en wilde dit marmer gaan verkopen in Europa. Hij had al snel financiers gevonden en begon zijn bedrijf met het overhalen van de benodigde gereedschappen en natuurlijk het bouwen van een paar huisjes voor de werkers.

Maar toen eenmaal de eerste stukken marmer in het zuiden waren aangekomen, bleek het harde marmer eigenlijk niet meer dan een bult gruis: het ijs dat het marmer bij elkaar bleek te houden was gesmolten.

Enkele van de huisjes staan er nog steeds, ze zijn nog in gebruik als een soort vakantiehuisjes voor de onderzoekers uit het nabij gelegen Ny Alesund.En nee, het zijn geen hdr-foto’s. Het licht die dag deed vreemde dingen met de prachtig verweerde huisjes.

Van sommige huisjes was niet veel meer over, alleen nog de ‘fundering’.

In heel Spitsbergen geldt de regel dat alles van archeologisch belang is. Niets mag dan ook opgepakt worden, alles moet blijven zoals het is. En dat kan wel eens vreemde beelden geven.

Wat er verder nog lag en stond aan apparatuur was helemaal verroest, prachtig roodbruin.

Tijdens de wandeling keek ik nog even terug naar de huisjes, ze leken nietig klein zo in het landschap.