Gistermorgen ben ik eens aan de wandel geweest in het bos bij Drie, de bossen in dat gebied staan bekend om hun dansende bomen. Tegen de tijd dat ik daar aankwam begon de lucht net weer te betrekken, het kon dus wel eens een natte wandeling gaan worden. Maar ik was voorbereid, ik had een regencape in mijn tas.

Langs het pad stond een stronk, gespleten en vol zwammen, een prachtig gezicht.

Niet veel later begonnen de eerste druppels te vallen, nog niet hard genoeg om de cape om te doen, wel hard genoeg om mooie kringen in de plassen te maken.

Niet veel later was het al weer droog en piepte heel af en toe de zon tussen de wolken en takken door. Ik kon mij voorstellen hoe de bomen aan hun naam kwamen, bijna overal stonden wel bomen die krom waren gegroeid, als of ze met elkaar dansten.

Ik vind het elke keer weer verrassend hoe fel groen mos in de winter kan zijn.

Wanneer het zonnetje doorbrak gebeurde dat meestal op een paar plekjes, waardoor er steeds maar een enkele boom in het zonnetje werd gezet.

Een varen hield nog een paar blaadjes omhoog, een eigenaardig gezicht zo begin januari.

Nog even spelen met de kleine 1.8lens en dan werd het weer tijd om naar huis te gaan.

Net op tijd, want eenmaal in de auto begon het toch aardig te regenen.