Wat was het gistermorgen koud, en wat was het prachtig. De mist had die nacht alles een prachtig wit randje gegeven. Jammergenoeg had ik ’s morgens een afspraak om naar een kasje te kijken en kon ik er dus niet direct op uit om foto’s te maken. De mist was dus grotendeels weg maar de rijp wachtte geduldig.  Alleen boven de Wijde Aa hing nog wat nevel.

Ik had verwacht dat het er druk zou zijn met schaatsers, maar er was niemand op het ijs. Door de stevige wind was het ijs hier niet dik genoeg.

Aan de rand van het meer stonden brandweerwagens. Te veel om alleen maar een drenkeling uit het water te halen. Toen ik dichterbij kwam zag ik dat het om een ijsduik-oefening ging. Op dat moment was het nog zeker -13 schat ik, alleen al van het toekijken kreeg ik het koud.

Eigenlijk was ik onderweg naar het Voorsterbos in de hoop daar wat zonneharpen in de sneeuw te kunnen vangen, maar ik vermaakte mij hier kostelijk met fotograferen. Het meer met zijn lichte nevel bleek van alle kanten af prachtig om te zien.

Ook het riet langs de kant had een prachtige dikke laag rijp.

Vlak bij de auto stonden wat bomen, ook die takjes waren plaatjes op zich.

De blikvanger, een net waar men lege blikjes in kan gooien, was een kanten kunstwerkje geworden.

Ik ben daarna nog even doorgereden naar het Voorsterbos. Maar de zonneharpen waren er niet en ondertussen had ik aardig koude tenen. Rap naar huis dus voor wat warmte en een cappuccino.