De afgelopen week kon ik de bruine kikkers horen roepen in mijn vijvertje. Elke nacht brachten ze een serenade aan de dames. Maar de enige kikkers die ik in het water zag liggen waren heren, duidelijk te herkennen aan hun witte keel.

Liggend in bed dacht ik aan het geluid te horen dat er zo’n drie kikkers ronddobberden, maar gistermorgen bleken het er een stuk of tien te zijn, een vrouwtje was nergens te bekennen. Ik vreesde dan ook dat deze eerste lente van mijn vijver niet bekroond zou worden met kikkerdril. Toen ik een uurtje later terug kwam echter, bleek er toch een vrouwtje in de vijver rond te zwemmen. Midden in een dot waterplanten dreef een verse klont kikkerdril.

Vanaf dat moment bleven alle mannetjes in de buurt van het dril liggen, in de hoop dat het vrouwtje naar deze plek terug zou komen en een van hen als eerste bij hen kon komen.

Ondertussen bleven ze hun serenades zingen en vochten ze om het beste plekje. Dat vechten was niet meer dan het elkaar wegduwen.

Ik heb een tijdje op mijn buik bij de vijver gelegen. De kikkers waren heel schichtig, de meesten schoten weg wanneer ik mij bewoog. Maar een enkeling wilde wel blijven zitten zodat ik een portretje kon maken. Tot mijn verbazing zag ik een mug aan komen vliegen die pardoes op zijn hoofd ging zitten.

Een andere kikker was zo zeker van zichzelf, dat hij mij met de macrolens heel dicht bij liet komen.

Wanneer een kikker zijn roep liet horen, trilde het water om hem heen. Je zag dan ook steeds prachtige kringen om ze heen in het water. En verhip, ook deze heeft een mug op zijn kop!

Een pad zag vanaf de zijkant in de vijver al die drukte met grote minachting aan.

Met al dat geschitter op het water is zo’n polarisatiefilter een uitkomst. Dit was een mooie gelegenheid om daar even mee te oefenen. Hieronder een foto met en zonder het filter.

Ondertussen is er een tweede klont kikkerdril bij gekomen (uiteraard toen ik niet in de buurt was). Dit weekend ga ik mij denk ik kostelijk vermaken met al die hofmakerij in mijn vijver.