Gisteren zijn we, voor de afsluiting van het foto-club seizoen, naar het spoorwegmuseum geweest met de fotoclub. Eenmaal weer thuis was het aardig koud in huis omdat de verwarming al een tijdje uit stond. En natuurlijk omdat het de koudste dag was in jaren voor de tijd van het jaar. Omdat ik toch nog wat hout over had voor de kachel besloot ik die maar aan te doen in plaats van de centrale verwarming.

Omdat de kachel niet echt warm wilde worden zette ik alle kleppen even open zodat het vuur flink aanwakkerde. Ondertussen maakte ik mijn avondeten klaar. Even later schoof ik de kleppen dicht omdat het hout in de kachel lekker brandde. Maar ik bleef het geluid van flinke vlammen horen. Ik had direct door dat het een schoorsteenbrand moest zijn. Nog even buiten kijken en ja hoor, er kwam abnormaal veel rook uit de schoorsteen.

Wat nu? Het rookkanaal had ik 3 jaar geleden laten aanleggen, dubbelwandig en geheel omkleed met brandwerende platen. Veel zorgen maakte ik mij niet. Misschien maar even de brandweer bellen om te vragen of ik het vuur gewoon moest laten uitgaan of zo? Ik heb nog even met de buurvrouw overlegt, terwijl de rookwalmen uit de pijp kwamen en er vlak voor een merel uit volle borst zat te zingen.

Maar eenmaal terug in huis en met de telefoon in de hand, zag ik dat de pijp direct achter de kachel roodgloeiend werd op een bepaald punt. Als dat door zou branden en de vlammen zouden de woonkamer binnen komen, zou het wel eens flink uit de hand kunnen lopen.

Eenmaal de brandweer aan de telefoon, werd mij gevraagd of ik de klep van de pijp al had dicht gedaan. Euhhhh, nee dus. Als nog gedaan, en de brandweer was onderweg. Tegen de tijd dat die arriveerde gloeide de pijp al niet meer. En arriveren deed de brandweer, loeiende sirenes, drie wagens en twee politiewagens. Ik voelde mij knap opgelaten met zoveel mensen die uitgerukt waren en een schoorsteenbrand die waarschijnlijk al bijna gedoofd was.

Het is trouwens ongelooflijk hoe snel er een grote massa mensen staan om te kijken naar wat er aan de hand was. Het was voor de brandweerwagen nog een heel gedoe om het smalle straatje naar mijn huis in te komen.

Nadat het smeulende spul uit de kachelpijp was gehaald is er van boven naar beneden nog een veger door de pijp gehaald. Veel roetaanslag kwam daarbij niet naar beneden. Ook geen stukken kachelpijp gelukkig. En ook gelukkig: er was geen rook de woonkamer of elders in het huis te zien of te ruiken geweest.

Al die drukte in en om mijn huis vond Picolo reuze interessant. Politiemannen, brandweermannen, menig van hen werd begroet, vanaf de tafel werd toegekeken hoe de kachel werd gecontroleerd en buiten moest de brandweerwagen geïnspecteerd worden.

Toen de brandweer vertrok ben ik verder gegaan met het avondeten, een eendenborstfileetje. Ik keek nog even uit het raam om te zien of de brandweerwagen de straat weer uit kon komen. Mijn auto stond een beetje in de weg, dus liep ik naar buiten om de auto weg te zetten. Onderweg naar huis hield een buurman mij nog even staande, die wilde weten wat er nu precies aan de hand was geweest. Ik moest het gesprek afkappen omdat mijn eten nog opstond, maar ik was al te laat. Het fileetje was flink aan het aanbranden en zo stond mijn kamer toch nog vol rook.

Het pannetje met het aangebrande eten maar buiten neergezet. Ik had nog gedacht daar vanmorgen een afsluitende foto van te maken, het pannetje naast de asresten van wat uit de kachel was gekomen, maar het stuk vlees bleek voor iemand toch nog eetbaar te zijn. Die was dus verdwenen.