Zondag was het maar een grijze grauwe dag. Perfect om even te oefenen met landschapsfotografie en flitsen. Maar op de dijk bij de IJssel bleken heel wat mensen rond te lopen en veel daarvan met loslopende honden. Daar ben ik niet zo’n fan van, dus maar een plekje weg van de dijk gezocht. Ik kwam bij een dijkje tussen een eilandje en de dijk in. Aan weerskanten van de weg liggen keien om de wanden te verstevigen.

Tussen al die grijze keien lag ineens deze, een kei met een heel landschap op zich. Jammer genoeg lag de kei wat van de weg af, wat betekende dat ik al wiebelend en glibberend naar de kei moest zien te komen. Mijn macrolens had ik niet bij me, dan maar mijn groothoeklens. Maar beter ook want anders was alleen de paddenstoel er op gekomen.

Mijn statief was daar nutteloos en een bonenzak had ik niet meegenomen. Om toch mijn camera wat te stabiliseren en een beetje goed te kunnen richten heb ik hem op een paar handschoenen en mijn portemonnee gelegd. En dan maar oefenen met het instellen van de flitser (veel licht, minder licht, gericht licht, of juist niet).