Gisteren zijn Ina en ik na lange tijd weer eens wezen wandelen. Dit keer deden we de Borkeldwandeling. Er lag geen sneeuw, toch had de wandeling een winters karakter doordat over het landschap een witte waas van de rijp lag.

In dat winterse landschap waren toch ook wat bloemen te zien. Niet dat het direct opviel, het geel van de mannelijke bloemen van de hazelaar was door de rijp bijna niet te zien.

En we moesten goed zoeken om een vrouwelijk bloempje te vinden, opvallend rozerood van kleur maar zo klein als een speldenknop. Maar we vonden er een paar, waaronder deze.

De kamperfoelie bloeit natuurlijk nog lang niet, wel was de plant hier en daar al uitgelopen.

Het Borkeldveld is een prachtig heidegebied omzoomt door bossen.

Wat wel opviel was dat er hele stukken bij waren waar nog amper heide te zien was, hier stond het gras in dikke pollen.

Op veel bomen was de gele trilzwam te vinden. Nu de zwammen oud en ingedroogd zijn is de kleur knal oranje.

En verder waren er ook nog andere paddenstoelen te vinden, de meesten maar heel klein, waardoor de rijp eerder op ijspegels lekels.

De zon had al aardig wat kracht gekregen. Aan de ene kant van het pad was het wit nagenoeg verdwenen…

Aan de andere kant was het veld nog wit, hier hadden de bomen de zon nog even weten tegen te houden.

Op sommige takken zorgden korstmossen voor vleugjes kleur

Andere mossen zagen er prachtig uit door de vorst van afgelopen nacht.

Aan het eind van de wandeling zagen we nog onderstaand tafereeltje. Je vraagt je af wat hier is gebeurd.