Gisteren ben ik met het IVN op pad geweest voor de eerste praktijkdag Planten herkennen. Gewoon in de stad, bij een basis school. Daar is ooit een schoolmeester geweest die diverse stinseplanten heeft uitgezet.

We hadden er prachtig weer bij en dus konden we volop genieten van al het moois dat er stond, zoals de narcissen en wilde hyacinten.

Het leuke van op pad gaan met iemand die kennis van bloemen heeft is niet zozeer dat ze alle bloemen kent en je ze zelf niet hoeft op te zoeken, maar de wetenswaardigheden er omheen. Zoals bijvoorbeeld deze broedbolletjes die je in de oksels van het speenkruid kunt vinden.

En dan stond er ook nog een zee van kievitsbloemen. Hun prachtige bloemen staken hoog boven het gras uit.

Wat hebben deze bloemen toch een eigenaardig patroon op hun bladeren.

De bosanemoon was er in zowel wit als het roze te bewonderen.

Wanneer je even niet uitkeek en je op dit plantje stapte, kon je een heerlijke knoflookgeur ruiken (ik vind dat tenminste heerlijk), look zonder look.

We stonden ook even stil bij wat bladeren die onder een haag groeiden. Op de vraag wat voor bloemen er aankwamen werd ons vrolijk verteld dat hij nu in volle bloei stond. Het was even goed kijken, pas toen zagen wij ze, hele kleine, groene bloemetjes. Zijn naam is dan toch een stuk mooier: bosbingelkruid.

En dan was er nog zo’n groenbloemetje. Eentje waar je ook zo langs zou lopen zo klein en onopvallend. Maar van dichterbij bekeken toch heel bijzonder. Het bloembolletje was nagenoeg vierkant met op elke zijde een bloemetje. De naam van het plantje is muskuskruid.