Op onze tweede dag in China zijn we vanuit Chengdu naar Leshan gereden om daar de grote Boeddha te bekijken. En groot was hij. Met zijn 71 meter hoogte toornde hij hoog boven ons uit toen we er met een bootje langs voeren.

Om de vele ongelukken op de rivier tegen te gaan had een monnik in de 9de eeuw het plan opgevat om deze Boeddha uit de rotsen te laten houwen. Het steenafval dat hier bij vrij kwam werd in de rivier gegooid. En inderdaad, het aantal ongelukken werd minder. Maar of dit nu door het steenafval of de Boeddha kwam?

In de rotsen langs het beeld waren trappen aangelegd zodat je naar de voet van het beeld kon gaan. Pas nu je mensen vlak bij het beeld zag staan besefte je echt hoe groot het beeld wel niet was.

Op de boot waren we niet de enigen die aan het fotograferen waren, ook deze monnik klikte er lustig op los.

Via een prachtig pad konden we omhoog klimmen zodat we het beeld ook van boven af konden bekijken. Doordat ook hier weer mensen dicht bij het beeld stonden kreeg je een goed idee van de grootte. De oren alleen al zijn zeven meter lang.

Vanaf deze hoogte kon je ook mooi uitkijken over de rivier. Helaas niet ver door de nevel die er hing.

Eenmaal beneden was het nog een flinke wandeling terug naar waar de bus was achtergebleven. Helemaal niet erg, want onderweg was er veel te zien zoals dit prachtige pad tussen hoge bamboe door.

Wat vooral opviel in China en ons de hele reis wel is blijven verbazen is de grote hoeveelheid camera’s die overal hingen. Naar ons idee is er werkelijk geen enkel stukje bewoond gebied waar niet een camera op gericht is. Zelfs op deze prachtige oude muur hing een camera.