Na ons bezoek aan het klooster gingen we op bezoek bij onze gids thuis. Het regende inmiddels flink, maar omdat we allemaal ‘gewapend’ waren met een paraplu was dat geen probleem. Langzaam lopend vanwege de hoogte liepen we naar het verderop gelegen dorp.

Onderweg kwamen we twee motorbakfietsen tegen. Zwaar beladen kropen de voertuigjes tegen de helling op waar wij net afliepen. De elektrische motoren hadden het er maar moeilijk mee.

Toen een deel van de uitstekende lading achter een muurtje bleef haken trok de motor het niet meer. Hij sloeg af en langzaam begon het geheel de helling af te glijden.

Gelukkig voor diegenen die al verder waren gelopen kieperde de bakfiets om.

De heren hadden er nog een hele klus aan om alles weer op de rit te krijgen.

In het dorp stonden hier en daar vervallen huizen, je zou niet zeggen dat daar nog iemand woonde maar de schotelantenne doet anders vermoeden.

Maar over het algemeen stonden er nieuwere huizen waarvan de meesten een grote glazen uitbouw hadden dat in de winter zorgt voor isolatie en tijdens regen zorgt voor een grote droge binnenplaats.

De gide vertelde ons dat tijdens de lange wintermaanden men veel binnen zat vanwege de kou en dat ze daarom veel aandacht besteden aan het interieur.

Permanent worden er vier grote ketels water warm gehouden voor o.a. de thee.

We keken wat vreemd op van de koel-vriescombinatie die men gebruikte. Die stond naast de deur in de woonkamer. In de kast er naast staat het nieuwe huisraad goed ingepakt klaar voor gebruik.

We kregen een uitgebreide lunch gepresenteerd met yakboterthee, koekjes en een soort van broodjes. De boterthee kreeg ik echt niet weg, sommigen van het reisgezelschap vonden het heerlijk en namen er nog een kopje van.

Nog een laatste foto van een van de gastvrouwen en daarna weer de regen in, op weg naar de bus.