De tweede dag van onze reis stond een bezoek aan de Materuni-waterval. Door de gidsen waren we gewaarschuwd dat het er koud kon zijn, er werd ons aangeraden een dikke trui mee te nemen. Zelf kon ik mij niet voorstellen dat we het koud gingen krijgen (het was gemiddeld 32 graden in de dagen dat wij in Tanzania waren). Ik nam daarom alleen een regenjas mee, voor het spattende water van de waterval.

De wandeling naar de waterval begon boven op een heuveltop. Eenmaal uitgestapt zagen we twee graven met een prachtig uitzicht over het landschap.

Het pad naar de waterval slingerde zich als een rood lint door de overvloedige begroeiing.

De waterval bevind zich op een van de flanken van de Kilimanjaro, op de hoogte waar wij liepen bevonden zich nog bossen. En in de bomen en struiken waren kameleons te vinden. Als je wist waar je moest zoeken tenminste. Gelukkig hielpen locals ons om ze te vinden.

Eigenaardige beestjes wanneer je ze zo van dichtbij bekijkt.

Halverwege het pad stond dit gezinnetje. Ze verkochten de typische kleine bananen die we bij de meeste maaltijden in Tanzania kregen. Ze smaken fris-zoet, net even anders dan die we in Nederland kunnen kopen.

Dit vriendelijk heerschap was flink aan het dollen met onze gids en wilde ook nog wel even poseren voor een foto.

Het was een warme wandeling over het pad naar de waterval, ondanks de waarschuwing van de gids dat het koud zou zijn.

En dan eindelijk was daar de waterval. Gek om na een lange wandeling over een pad door het regenwoud ineens een waterval te zien.

Eenmaal weer terug van de waterval hebben we in een naburig dorp heerlijk gegeten en kregen we het hele proces van koffiebonen bewerken te zien.

Als laatste werden de koffiebonen gebrand en kregen we er een heerlijk kopje koffie van gezet.